De man van Chantal Tijssen (40) verongelukt als hun zoons 2 en 6 zijn. Als ze binnen vier maanden opnieuw een relatie krijgt, haakt haar (schoon)familie af. “Als Gerwin op bezoek kwam, gingen we boven zitten. Alles om maar niet samen gezien te worden, want daar werd ik dan door mijn ouders op afgerekend. Ik was verdorie 33 jaar.”

‘Ramon was mijn eerste grote liefde. De eerste man met wie ik intiem was. Zestien jaar waren we samen geweest. En nu moest ik zonder hem verder?’

‘Mijn hart smolt toen er een vader-zoonvoetbaltoernooi werd georganiseerd en ik Django naar Gerwin zag lopen: ‘Wil jij dan met mij mee?’’

‘Op de dag dat ik wegging, heb ik een verhuisberichtje bij mijn ouders door de brievenbus gedaan. Het bleek de definitieve breuk’

‘Met de dood van je man kom je in een rouwproces, maar je staat voor een voldongen feit. Met mijn moeder zit ik ook in een rouwproces. Alleen: zij is er nog’

Hoe ik het in mijn hoofd haalde. Dat waren de letterlijke woorden van mijn moeder. Als ik nu al gevoelens had voor een andere man dan had ik toch zeker nooit van Ramon gehouden? Haar woorden kwamen hard aan. Keihard. Zeker omdat mijn moeder en ik heel close waren. We vertelden altijd alles aan elkaar, kwamen dagelijks bij elkaar over de vloer en elke zomer gingen we met de hele familie op vakantie. Die hechte band was de reden geweest waarom ik haar in vertrouwen had genomen. Zelf wist ik het namelijk ook niet. Wat moest ik met deze gevoelens? Ik zat nog middenin het rouwproces. De kinderen ook. Hoe kon het dan dat ik nu al verliefd was?

Eindelijk, dacht ik toen de bel ging. Ik zat al een tijdje op Ramon te wachten. Hij was ’s morgens met mijn auto naar de garage gegaan, maar had al lang terug moeten zijn. Ons restaurant moest geopend worden en hij was altijd degene die dat deed. ‘Mogen we even binnenkomen?’, vroeg één van de twee agenten toen ik de deur opendeed.

Ik wist meteen dat er iets mis was, maar aan het allerergste dacht ik niet. ‘Gaat u maar even zitten’, zei de agent. Terwijl ik op de bank plaatsnam, vertelde hij dat hij een triest bericht voor me had. ‘Uw man is verongelukt. Hij is tegen een boom aan gereden en heeft het niet overleefd.’ Ik wist niet wat ik hoorde. Staarde minutenlang voor me uit. ‘Kunt u iemand bellen?’, vroeg hij. Niet veel later kwamen mijn ouders binnen. Een onwerkelijke film begon zich af te spelen. Het was juni 2007. Buiten scheen de zon.

Ramon en ik hadden een goed huwelijk. Ondanks dat hij heel druk was – hij heeft altijd in de horeca gewerkt – maakte hij veel tijd vrij voor mij en de kinderen. Hij voetbalde met de jongens en bracht ze naar zwemles. Samen hadden ze de grootste lol op de Xbox. Ramon was mijn eerste grote liefde. De eerste man met wie ik intiem was. Zestien jaar waren we samen geweest, waarvan negen getrouwd. Niets was te gek. Alles kon altijd. Ik hield van hem. En nu moest ik zonder hem verder?

Slechte nieuws

Met mijn vader ging ik naar de moeder van Ramon om het slechte nieuws te vertellen. Mijn zus haalde Django en Arrendo op van school en de opvang. Thuis heeft ze aan hen verteld dat hun vader verongelukt was. Tot op de dag van vandaag heb ik spijt dat ik dat niet zelf heb gedaan. Van alle kanten werd ik die eerste dagen geleefd. Er werd me verteld dat Ramon begraven moest worden, maar alhoewel ik het er nooit met hem over had gehad, voelde ik heel sterk dat het een crematie moest worden.

De uitvaartondernemer die ik had uitgekozen bleek een geschenk uit de hemel. Letterlijk. Hij voelde me feilloos aan. ‘Ik kom wel terug als je alleen bent’, zei hij. Toen ik later aangaf dat ik Ramon graag opgebaard wilde zien in een 24-uurs kamer, was hij even stil. ‘Ik zou hem naar huis halen’, zei hij. ‘Ik snap dat je dat eng vindt, maar ik denk dat het beter is voor je kinderen. Ze kunnen dan afscheid nemen.’ Ik waardeerde het dat hij zo meedacht.

Toen hij de straat in kwam rijden met de kist, voelde het meteen goed. Daar ben ik hem tot op de dag van vandaag dankbaar voor. Mijn oudste zoon Django stond de hele tijd bij Ramon. ‘Kijk, dit is mijn vader’, hoorde ik hem op een gegeven moment zeggen. ‘Hij zegt alleen niets meer en hij is ook een beetje koud.’ Ik schrok. Hij bleek een vriendje bij zich te hebben. Uiteraard ben ik meteen naar de moeder van dat jongetje gegaan, maar het was wonderlijk om te zien hoe natuurlijk de kinderen met de hele situatie omgingen. Achteraf is dit heel goed voor de verwerking geweest.

Toen de uitvaartondernemer me in augustus belde dat het as-sieraad dat ik had besteld binnen was, ben ik meteen naar hem toe gegaan. In zijn kantoor verontschuldigde hij zich. ‘Mijn zoon Gerwin heeft de auto meegenomen en het sieraad heb ik daar per ongeluk in laten liggen’, zei hij. Voor de grap vroeg ik of hij leuk was, die zoon van hem. ‘Véél te jong voor jou’, was zijn antwoord. Hij lachte erbij.

Ondanks dat ik elf jaar ouder was, bleek Gerwin namelijk heel goed te weten wie ik was. Hij werkte in het bedrijf van zijn vader en had mij gezien tijdens de crematie van Ramon. ‘Oh, dat is die leuke vrouw van de uitvaart’, schijnt hij gezegd te hebben. Zelf was ik daar uiteraard helemaal niet mee bezig. Toen ik hem voorbij zag komen op MSN, heb ik hem toegevoegd, omdat ik zo’n goede band met zijn vader had opgebouwd.

Vind je het goed als ik een keer een bakje thee bij je kom drinken?’ Het was eind augustus en Gerwin en ik hadden een paar weken gechat. Het was fijn om met iemand contact te hebben die me begreep. Door zijn werk in de uitvaartbranche wist hij precies waar ik doorheenging. ‘Heb je nog steeds zo veel steun?’, vroeg hij bijvoorbeeld. Hij wist precies dat dat vaak maar van korte duur is.

Verliefde gevoelens

En daar zat hij dan: op de bank. Die eerste avond had ik nog geen verliefde gevoelens, de daarop volgende keren ook niet. Ik vond hem leuk, vriendelijk en heel begripvol. Maar ik had vooral nog veel verdriet. Het was goed om te zien dat hij zo’n klik had met Django. Steeds vaker kwam hij ’s middags langs en ging dan met hem voetballen. Of op de Xbox spelen. Net zoals Ramon dat vroeger altijd deed.

Gerwin ging respectvol met ons verdriet om. Hij zat regelmatig ’s avonds op de rand van Django’s bed. Te praten over zijn vader. Django wilde daar niet met mij over praten, omdat hij bang was dat hij mij daar verdriet mee deed. Mijn hart smolt toen er een vader-zoonvoetbaltoernooi werd georganiseerd vanuit de voetbalvereniging en ik Django naar Gerwin zag lopen: ‘Wil jij dan met mij mee?’

Onze band groeide. Het voelde goed. Hij is wel érg leuk, dacht ik soms stiekem. Maar tegelijk wist ik: dit kan niet. Dat tegenstrijdige gevoel sloopte me. Vandaar dat ik mijn moeder in vertrouwen nam.

Je moet minstens een jaar wachten voordat je opnieuw een relatie aan kunt gaan,’ zei mijn vader. Ook mijn moeder vertelde me continu dat het niet goed was, waar ik mee bezig was. Niet in de laatste plaats vanwege het grote leeftijdsverschil. Met lood in mijn schoenen ging ik in het vervolg naar mijn ouders. Als ik over Gerwin wilde praten, werd dat niet gewaardeerd. Het mocht alleen over Ramon gaan. Dat wilde ik niet. Althans: niet alleen maar. Op mijn manier was ik toch weer enigszins happy. Ik wilde dat met hen delen, hoopte op hun begrip. Maar elke keer had ik het gevoel dat ze me weer in dat verdriet wilden trekken. Alles was negatief.

Verstoppertje

Inmiddels was ik in mijn eigen huis verstoppertje aan het spelen. Sinds dat eerste kopje thee waren er een paar weken voorbijgegaan en inmiddels hadden we gezoend. Er was sprake van een prille relatie. Maar als hij op bezoek kwam, gingen we boven zitten. Alles om maar niet samen gezien te worden, want daar werd ik dan door mijn ouders op afgerekend. Ik was verdorie 33 jaar! Mijn zus stond aan hun kant. Mijn zwager ook. Toch heb ik nooit getwijfeld of ik de relatie met Gerwin voort moest zetten. Daarvoor voelde het veel te goed.

‘Is er wat?’, vroeg mijn moeder als ik een tijdje niet geweest was. ‘Ik vind het niet leuk zoals het gaat’, zei ik dan. En legde het voor de honderdste keer uit. Dat ik het zelf ook moeilijk vond dat ik zo snel verliefd was geworden. Dat dat niet iets was wat ik gepland had. Dat ik het ene moment stond te dansen in de kamer en het volgende moment in een diep dal zat. Dat ik me ook geen raad wist met mijn gevoelens. Maar dat ik niet door hen veroordeeld wilde worden. Zij waren mijn ouders. Ik hoefde toch niet te kiezen?

Het leek dan even alsof ik tot haar doordrong. Alsof ze me begreep. We hebben zelfs een keer een gesprek gehad met Gerwin erbij. Maar uiteindelijk maakte het allemaal niets uit. De sfeer bleef gespannen en ze bleven een oordeel vellen.

Goede relatie

Na twee jaar was ik er klaar mee. Gerwin en ik hadden inmiddels een goede relatie, die nog altijd niet werd geaccepteerd door mijn familie. Ik besloot mijn huis te koop te zetten. Binnen tien dagen was ik het kwijt. We verhuisden naar een dorp verderop. Op de dag dat ik wegging, heb ik een verhuisberichtje bij mijn ouders door de brievenbus gedaan. Het bleek de definitieve breuk. Inmiddels heb ik ze al zes jaar niet gezien.

Ik had gehoopt dat het beter zou gaan als ik ergens anders ging wonen, maar niets bleek minder waar. Ik voelde me de kwaaie pier, had het gevoel dat ik slecht was en dat ik degene was die mijn ouders dit had aangedaan. Omdat wij altijd een restaurant hebben gehad, waren wij een redelijk bekende familie. Ik had het gevoel dat iedereen over ons sprak en dat ik op straat werd nagekeken. Ik durfde geen boodschappen te doen in het winkelcentrum bij mij om de hoek. Reed altijd naar een dorpje verderop om maar niemand tegen te komen.

Toen mijn nieuwe schoonfamilie vroeg of ik er weer behoefte aan had om te werken – het restaurant van Ramon en mij was inmiddels verkocht – en of ik misschien in het rouwcentrum koffie wilde schenken, nam ik dat met beide handen aan. Maar ik durfde niet voorin de aula te komen. Ik had het idee dat iedereen mij aankeek.

Ook met mijn oude schoonfamilie verloor ik het contact. Waren ze in het begin nog begripvol geweest, van het ene op het andere moment heb ik ze niet meer gezien. Tot op de dag van vandaag weet ik niet waarom ze het contact hebben verbroken. Na al het gedoe met mijn eigen ouders kon ik het niet meer opbrengen om er zelf achteraan te gaan. Het is hun keuze en die respecteer ik.

Als ze contact willen met hun kleinkinderen, hoor ik dat graag. Voor mijn zoons is het namelijk schrijnend. Niet alleen verloren ze hun vader, maar ook hun grootouders. Ik hoor ze er gelukkig niet zo vaak over en ze hebben er ook geen behoefte aan om naar hen toe te gaan, maar als dat wel zo was, zou ik dat altijd stimuleren.

Gelukkig

Inmiddels zijn Gerwin en ik getrouwd en hebben we een dochter. De laatste twee jaar ben ik enorm gegroeid. Ik volg een opleiding tot uitvaartverzorgster en hoop die dit jaar af te ronden. De opleiding heeft me zo veel goeds gebracht. Ik durf weer te staan voor wie ik ben. Heb meer zelfvertrouwen gekregen.

Ik ben nu inmiddels ook zo ver dat ik kan zeggen: ik heb er vrede mee. Het hoeft voor mij niet meer. Maar als je er goed over nadenkt: het is niet te bevatten dat dit gebeurd is. Dat het zo gelopen is, terwijl ik uit zo’n hecht gezin kom. Dat mijn moeder mijn nieuwe zwangerschap en de geboorte van onze dochter niet heeft meegemaakt is natuurlijk heel erg.

Weet je wat het is? Met de dood van mijn man moet ik zien te dealen. Je komt dan in een rouwproces, maar je staat voor een voldongen feit. Met mijn moeder zit ik ook in een rouwproces. Alleen: zij is er nog. En dat is zo gek. Soms, op mindere dagen, kijk ik naar mezelf en denk ik: heb ik er alles aan gedaan? Heb ik echt alles gedaan om het goed te houden? Maar ik kan mezelf nog steeds recht in de spiegel aankijken.

Ik heb er alles aan gedaan, ik weet het zeker. Ik zal fouten hebben gemaakt en ongetwijfeld dingen niet goed hebben gedaan, maar zoals mijn moeder mij teleurgesteld heeft, is met geen pen te beschrijven. Dat heeft zo veel impact gehad.

Het zijn zware jaren geweest, maar ik ben nu gelukkig. Met de jongens gaat het goed, ze gaan met plezier naar school en zijn dol op hun kleine zusje. Ik merk dat ik alles nu veel meer waardeer. Kon ik me vroeger nog wel eens ergeren als er voor de zoveelste keer voetbal op televisie aanstond, nu denk ik: laat die jongens toch. Waarom zou ik me daar druk over maken? Als zij daar gelukkig van worden.

We praten veel over Ramon. Hij hoort er helemaal bij en we proberen de herinnering aan hem levendig te houden. Ik weet zeker dat hij vanuit de hemel denkt: het is je gegund, meisje. Je doet het goed. Ik houd van je.”

Dit artikel komt uit een eerdere editie van Fabulous Mama.

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op InstagramFacebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.