Denken in cirkels. Herhalen en malen. Je eindeloos zorgen maken. Heel veel mensen hebben er last van, voornamelijk vrouwen. Bij sommigen leidt het zelfs tot een piekerstoornis. En die kan je behoorlijk in de weg zitten. Maar wat is piekeren eigenlijk en wat is er aan te doen? Fabulous mama zocht het uit.

Don’t worry? Hoe dan?

We doen het op ons werk, tijdens het sporten, het koken en het schoonmaken, en – misschien wel het meest irritant – ’s avonds in bed. Verstokte piekeraars doen het urenlang per dag. Dat leidt tot slapeloze nachten en structureel slaaptekort. Piekeren speelt een rol bij chronische stress, burn-out en depressie. En het heeft een negatieve invloed op de bloeddruk, wat weer kan leiden tot hart- en vaatziekten. Piekeren is, kortom, een erg vervelende gewoonte met grote gevolgen voor lichaam en geest.

Wat is piekeren nu eigenlijk?

In grote lijnen kunnen we spreken van twee soorten of stijlen: piekeren over het verleden en piekeren over de toekomst. Als het gaat over dingen die gebeurd zijn, gaat het meestal over het verwerken en begrijpen van bijbehorende emoties. Dit kan leiden tot boze of sombere gevoelens. Piekeren over de toekomst heeft vooral te maken met angst: je zorgen maken over wat komen gaat. Maar hoe we ons ook druk maken, negen van de tien keer leidt het nergens toe.

Piekergedachten gaan rond en rond. Ze zijn niet constructief. Integendeel, ze leiden eerder tot zelfdestructieve gedachten of gedrag, zoals zelfkritiek: wat ben ik toch stom, ik had het helemaal anders aan moeten pakken. Of tot perfectionisme: alles tot in de puntjes goed willen doen, zodat er niets fout kan gaan. In je hoofd blijf je bezig met wat er allemaal wel niet kan gebeuren. Of een overdreven hang naar controle, naar alles in de hand willen houden: als ik alles goed doe, gaat het goed. Met als grootste nadeel: als het fout gaat, is het mijn schuld.

Belemmerende invloed van piekeren

Barbara (32, moeder van twee kinderen) is zich terdege bewust van de belemmerende invloed van piekeren. Ze piekert al van jongs af aan. Het ondermijnt haar zelfvertrouwen. Barbara: “Als kind lag ik al wakker in bed en maakte ik me zorgen over dingen die nooit gebeurden. Zag ik beren op de weg. Of mijn moeder de wekker niet zou vergeten te zetten. En als ze dat niet vergat, wat er gebeurde als we er doorheen zouden slapen. Mijn moeder stelde me altijd gerust, maar het piekeren ging niet over.

Ik pieker zelfs nog steeds: over mijn kinderen, of ik de opvoeding wel goed doe, over mijn werk, mijn relatie, mezelf en ga zo maar door. Malen en nog eens malen. Over mijn extra kilo’s en hoe ik die er weer af ga krijgen. Over mijn leven en waarom ik nou nog steeds niet weet wat ik wil. Piekeren is bij mij nooit opbouwend of opbeurend. Ik haal mezelf naar beneden. Vaak bedenk ik eerst allerlei dingen die ik wil of moet doen, en dan dat het geen zin heeft omdat het me toch niet gaat lukken. Bijna altijd eindig ik met een kort lontje en een rothumeur.”

Piekeren leidt zelden tot iets positiefs

Waarom doen we het dan? Om dat te kunnen begrijpen, is inzicht nodig in de functie van piekeren. Nadenken over problemen is belangrijk en noodzakelijk, want zo kom je tot inzicht en oplossingen. Het is goed om mogelijke gevaren te overzien, zodat je voorzorgsmaatregelen kunt treffen. Pas als je blijft hangen in het bedenken van wat er allemaal mis kan gaan, begint het nutteloze piekeren. Het denken in cirkels, dat alleen maar ongeruster, angstiger of neerslachtig maakt. Piekeren is nog het best te omschrijven als een uit de hand gelopen denkstrategie of copingstijl: een manier van omgaan met problemen. Het denken is automatisch geworden, een eindeloze ongecontroleerde gedachtegang…

Don’t worry, hoofdzorgen

Miranda (35, single moeder van twee kinderen) heeft veel last van piekeren. Vooral het automatische aspect vindt ze lastig. Miranda: “Ik voel me machteloos. Ik heb er geen controle over. Piekeren houdt mij nachtenlang wakker. Ik overdenk alles. En niet één keer, nee, vele malen achter elkaar. Heel irritant, want ik wil gewoon slapen maar het lukt niet. Dat hoofd blijft maar gaan, als vanzelf.

Volgens mij heeft het te maken met algehele onrust over mijn leven. Een paar jaar geleden had ik een baan en een relatie. Toen piekerde ik nauwelijks. Op het moment heb ik geen baan en ben ik single moeder. Dat zijn mijn hoofdzorgen. Wat wil ik? Wat kan ik? Doe ik het wel goed met mijn kinderen? Kan ik ze geven wat ze nodig hebben? Komt er nog een nieuwe man in mijn leven? En als hij komt, zal hij mijn kinderen dan wel accepteren? ’s Nachts maak ik me zorgen over van alles: van mijn gezondheid tot mijn financiën. Ik realiseer me dat ik geen snars opschiet met dat gedenk. Ik word er onrustig van en ontevreden. Soms word ik letterlijk misselijk van het gevoel van ‘vastzitten’, alsof mijn energie naar binnen stroomt in plaats van naar buiten. Ik weet dat ik eruit moet, maar hoe?”

Hoe komt het nu dat de ene mens zich suf piekert, terwijl de ander zorgeloos door het leven gaat?

Aanleg en persoonlijkheid spelen een belangrijke rol. Sommige mensen vallen makkelijker in de valkuil van piekeren. Over het algemeen zijn piekeraars perfectionistisch, zorgzaam en hebben ze een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ze willen de dingen goed doen en maken zich snel zorgen. Ze hebben last van angst. Allemaal factoren die kunnen leiden tot piekergedrag. Toch is het ‘waarom’ van piekeren minder belangrijk dan wat je eraan kunt doen. Want psychologen zijn het erover eens: piekeren is aangeleerd gedrag. Het is een negatieve gewoonte, een ingesleten patroon, een automatische reactie op ‘het leven’.

Anneke (38, moeder van een dochter) noemde zichzelf ‘piekerkampioen’ en nam haar ‘piekerpatroon’ onder de loep. Anneke: “Ik piekerde zelfs over het piekeren: waarom kwel ik mezelf met zulke martelgedachten? Wat levert het op? Ik ben tot de conclusie gekomen dat het te maken heeft met fundamentele onzekerheden over het leven. Ik pieker over dingen waar ik geen controle over heb: een verbroken relatie of een afwijzing (Wat is er mis met mij?), ruzie met mijn dochter (Ben ik wel een goede moeder?) of over onzekerheid op het gebied van werk (Ben ik wel goed genoeg?).

Een patroon heb ik ontdekt: als ik ongesteld word of moe ben, slaat de piekerpaniek veel extremer toe. Sinds ik dat doorheb, kan ik er beter mee dealen. Ik zie het als een zwakte die de kop opsteekt als ik niet zo lekker in mijn vel zit. Dat helpt om de boel in perspectief te zien. Het relativeert en dat vermindert de impact. Ik neem mijn piekergedachten minder serieus en
daardoor verliezen ze aan kracht. Zo pieker ik steeds iets minder!”

Door Anne Bakker | Fotografie pexels.com

Dit artikel komt uit een eerdere Fabulous Mama

 

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.