Anouk (33): “Mijn man Nicolas is geadopteerd. Hij is geboren in Zuid-Amerika en vóór zijn eerste verjaardag is hij in Nederland komen wonen. Voor hem is dat nooit een probleem geweest: hij heeft de liefste ouders van de wereld en zijn afkomst interesseert hem niet zo. Ik was ook nooit zo bezig met waar hij vandaan komt. Totdat ik zwanger raakte. Ik ben nu 31 weken en dagelijks schiet het door mijn hoofd: welke genen heb ik in huis gehaald?

Het klinkt misschien naïef, maar voor ik in verwachting raakte, dacht ik er nooit aan dat een kindje van ons samen voor de helft zou bestaan uit onbekende genen. Dat kwam pas na het eerste gesprek bij de verloskundige. Er werd naar afwijkingen in mijn familie gevraagd en daarna natuurlijk naar afwijkingen in zijn familie. Het was alsof ik een vuistslag in mijn gezicht kreeg: er kan van alles aan de hand zijn aan zijn kant van de streep. Straks is er iets mis met zijn genen en dus ons kindje! Ja, natuurlijk had ik dat eerder moeten bedenken. Maar wat had ik dan gedaan? Geen kindje krijgen met Nicolas? Dat zou ik denk ik niet gewild hebben. En Nicolas zeker niet: hij wilde al heel lang vader worden.

Nicolas lijkt zich ook geen enkele zorgen te maken. Zeker niet nadat onze zoon – we krijgen een jongen – glansrijk slaagde voor alle prenatale tests. Maar al die screenings hebben mij niet gerustgesteld. Goed, we weten nu wat hij allemaal níét heeft, maar er zijn nog zat afwijkingen die hij wél kan hebben.

Lichamelijke afwijkingen, maar natuurlijk ook geestelijke afwijkingen. En psychische aandoeningen: die houden me de laatste tijd het meest bezig. Ik denk hele doemscenario’s uit over hoe het leven van mijn zoon eruit gaat zien. Ik stel me voor dat hij lichamelijk en geestelijk helemaal gezond lijkt. Dat het goed met hem gaat: hij doet het lekker op school, heeft vriendjes, sport graag.

En dan, als hij een jaar of 16 is, begint hij opeens anders te doen. Afwijkend. Raar. Ik zie opnames voor me in psychiatrische instellingen. Pillen. Therapieën. Tot uiteindelijk blijkt dat hij schizofreen is, waardoor hij de rest van zijn leven niet meer normaal zal functioneren. En dat hij dan op een dag verdwijnt en nooit meer gevonden wordt. Dit soort zieke gedachtes houden me wakker ’s nachts. Ik kan ze niet stoppen. Als ik het zo vertel, klinkt het bijna alsof er eerder nog bij mij een steekje los zou zitten dan bij iemand in Nicolas’ biologische familie.

Ik durf mijn angsten niet met Nicolas te delen. Het is alsof ik dan zeg dat er met hém iets mis is. Dat is absoluut niet zo: Nicolas is op alle manieren gezond. En alleen dat al zou me gerust moeten stellen. En daarbij: garanties op een gezond kindje krijg je natuurlijk nooit. Ik weet het, en toch kan ik het gevoel niet loslaten. Het gevoel dat ik een groot risico heb genomen. Een té groot risico.”

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Dit artikel komt uit een eedere Fabulous Mama.

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op InstagramFacebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.