‘Ik wil terug naar de stad, desnoods alleen’

Sabine (31): “Het is precies zoals ik het van tevoren in mijn hoofd had: een huis met vier kamers en een tuin met een zandbak. Leuk, hoor, om mijn kind (Merijn, 3 jaar) buiten te zien spelen. Voor hem heb ik het ook gedaan. Maar wat voel ik me eenzaam in dit dorp. Alsof ik langzaam een beetje doodga vanbinnen.

Ik was een typisch stadsmeisje. Tijdens mijn studie ben ik naar de stad verhuisd en binnen een week wist ik: ik ga hier nooit meer weg. Ik kon zo genieten van de sfeer, de plekken, de mensen. Elk kroegje, elk park en elke bioscoop gaf mij het gevoel dat ik midden in het leven stond. En al mijn vrienden woonden er, dat hielp natuurlijk ook. Maar dat alles leek opeens minder belangrijk toen ik in verwachting raakte. Eigenlijk wist ik het toen ook binnen een week: ik wilde er weg. Onze bovenwoning benauwde me, de trappen waren opeens belachelijk steil en het piepkleine balkonnetje was niet langer mijn trots maar een aanfluiting.

Mijn man Erik twijfelde. Niet voor zichzelf – het leek hem heerlijk om rust en ruimte te hebben – maar voor mij: zou zijn stadsmeisje wel kunnen aarden in een dorp? Ik vond dat onzin: ik zou hem hebben, samen hadden we ons kind, en al onze vrienden konden langskomen zodat ook hun kinderen in de tuin konden spelen. En voor meer vertier zouden we altijd nog richting stad kunnen, toch? Totale onzin, blijkt nu.

Om met dat laatste te beginnen: we gaan nooit naar de stad. Ja, om te werken, maar niet in het weekend. We hebben namelijk nog geen oppas kunnen vinden in het dorp. En al die vrienden die langskomen om lekker in de tuin te zitten? Ja, in de zomer weleens. Maar we hebben niet meer van die lange avonden waardoor je de volgende dag beschaamd bij de glasbak staat. Ze moeten immers altijd weer met de auto naar huis.

Ik heb Erik dus. En samen hebben we ons kind. Als Merijn in bed ligt, kijken we televisie. Daarna gaan wij ook naar bed. En de volgende dag is precies hetzelfde. Erik vindt het prima, ik word langzaam gek. Na drie jaar heb ik nog geen vriendin gemaakt hier. Er is ook geen café of koffietentje om mensen te ontmoeten. Met mijn buurvrouw maak ik weleens een praatje. Zij is bijna 80.

Ergens verwacht ik nog steeds dat er elke week wel een vriendin op de stoep staat. Ik voel me in de steek gelaten. Maar het is natuurlijk mijn eigen schuld: waarom dacht ik nou dat het hier beter zou zijn? Ik heb inmiddels bij Erik in de week gelegd dat ik het niet lang meer volhoud. Als Merijn straks naar school gaat, en als ik dan nog steeds geen mensen leer kennen, dan verhuis ik terug naar de stad. Erik ziet dat niet zitten, maar ik mis de stad meer dan ik Erik ooit zal missen, dus desnoods ga ik alleen.”

De namen in dit artikel zijn gefingeerd.

Ben jij ook een taboemoeder en wil je (anoniem) een grote of kleine zonde opbiechten? Mail dan naar redactie@fabulousmama.nl o.v.v. ‘Taboemoeder’.

Dit artikel komt uit een eedere Fabulous Mama.

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.