Susan van Asten (44) was net moeder geworden, toen haar man een dwarslaesie kreeg. Jarenlang droeg ze in haar eentje de zorg voor haar partner, haar jonge gezin en het drukke huishouden, en dat pakte goed uit. ‘Ineens vielen de puzzelstukjes in elkaar en vond ik te midden van de crisis mijn kracht.’

“Mijn zoon was elf weken toen mijn man gewond raakte bij een auto-ongeluk. Hij werkte als gitaartechnicus bij een band en ze waren met de hele crew op weg naar een optreden. Mijn man zat achter het stuur toen de bus over de kop ging. De gitarist van de band belde me: mijn man was klem komen te zitten tussen de bus en het wegdek en was naar het ziekenhuis gebracht met ‘last van zijn benen’. In eerste instantie reageerde ik rustig, ik ging uit van een gebroken been en had nog geen idee hoe erg het was. Toch was het eerste wat door mijn hoofd ging: nu moet ik voor twee mensen gaan zorgen! Later belde de bandmanager om te zeggen dat mijn man aan zijn nek geopereerd moest worden en dat de arts wilde dat ik naar het ziekenhuis kwam. Maar hoe moest dat met de borstvoedingen als ik naar het ziekenhuis was en mijn zoon bij mijn moeder?

Ik belde een vriendin die kraamverzorgster was en vroeg haar of ik zomaar kon overstappen op flesvoeding. Dat was een kwestie van uitproberen, zei ze. En het lukte! Zonder gedoe, stuwing of wat dan ook. Van de ene op de andere dag ben ik overgestapt van volledige borstvoeding naar alleen ’s ochtends en ’s avonds, en overdag de fles. Ondanks alle stress, verliep dat zonder problemen. Ik zie het echt een voorbeeld van de kracht van Moeder Natuur: als het niet anders kan, lukt het ook. Precies dat gevoel van ‘ik kan het en ik doe het’ heeft mij door de moeilijke jaren die volgden heen geholpen.

In het ziekenhuis werd me verteld dat mijn man vanaf het midden van zijn lichaam verlamd was en dat de artsen hem nog aan het opereren waren. Na de operatie nam een van de artsen me apart. De gevolgen van het ongeluk waren nog erger dan ze eerst dachten: mijn man had zijn zesde en zevende nekwervel gebroken, de verlamming was vanaf zijn nek. Dat betekende dat hij zijn armen een beetje zou kunnen bewegen, maar meer niet. Ik kon het niet bevatten, was in shock. Toen mijn vader en broer even later aankwamen in het ziekenhuis, brak ik. Huilend viel ik mijn vader in de armen. Toch kwam ik al snel in knok-modus. Ik stond aan het bed van mijn echtgenoot en dacht: dit gaat ons lukken, we gaan ervoor!

De volgende dag werd hij wakker uit de narcose. Het eerste wat hij zei toen hij bijkwam, was dat het ongeluk niet zijn schuld was. Ik hoor het hem nog zeggen: ‘Ik kon er niets aan doen…’ Mijn hart brak. Maar ik was opgelucht dat geestelijk alles in orde was. Hij was nog steeds mijn vent.

Ondertussen ging er van alles door mijn hoofd: hoe gaan we dit doen? We woonden in een drive-in woning: beneden de garage, op de eerste etage de woonkamer en keuken, en onze slaapkamers op de tweede. Hoe moest dat met een rolstoel? Er kwam zo veel op me af, ik kon het niet goed overzien. Toen gebeurde er iets onverwachts: de tweede dag na het ongeluk zag ik de grote teen van mijn man bewegen. Ik wist meteen: als zijn teen kan bewegen, komt het goed. En inderdaad. Beetje bij beetje kwamen er steeds meer prikkels terug. Na een maand in het ziekenhuis en een maand in een revalidatiecentrum, kon hij weer een paar passen lopen. Vijf maanden na het ongeluk kwam hij weer thuis.

Tekst Anne Bakker | Fotografie Tabitha van Duin

Lees het hele verhaal in Fabulous Mama editie 1-2020. Koop hem in de winkel of bestel deze hier