Kies nu voor een abonnement met korting

Miskraam; ‘Alles waar we ons zo op hadden verheugd viel ik één klap weg’

Toen Annalotte (30) eind vorig jaar een miskraam kreeg voelde ze zich lange tijd  zowel lichamelijk als psychisch niet in orde. Toch had ze het idee dat ze haar leven snel weer moest oppakken. “Op het krijgen van een miskraam heerst een taboe.”

“Op een gegeven moment ging ik het zelf herhalen. Dat ik blij was dat het in dit stadium was gebeurd en niet later. Dat ik gelukkig niet van een dood kindje hoefde te bevallen. En dat het heel veel voor kwam. Dat was immers wat ik in mijn omgeving hoorde. Maar maakt dat het minder erg? bleef ik maar denken. En waarom hoor ik er dan nooit iets over? Tegenover anderen probeerde ik me sterker voor te doen dan ik was. Er waren immers legio vrouwen die na een miskraam de volgende dag gewoon weer aan het werk gingen. Dat had ik gelezen op internet. Waarom lukte het mij dan niet?

Geen kloppend hartje

Het was zaterdag 20 september 2014 toen ik op de WC wat oud bloed ontdekte. Ik was bijna twaalf weken zwanger en met mijn vriend Pim op een bruiloft. Pas ’s avonds na het feest vertelde ik het hem. ‘Ik voel me verder prima,’ zei ik. ‘Dit is niets om je zorgen over te maken.’ Dat bloedingen vaker voorkomen had ik in één van mijn zwangerschapsboeken gelezen. De volgende ochtend voelde ik me echter onwijs brak. Ik dacht nog: misschien is zo’n feestje toch wat heftig als je in verwachting bent. Maar diep van binnen wist ik ook: dit klopt niet. Het bloeden werd heftiger en ik kreeg buikkrampen.

De huisartsenpost verbond me door met mijn verloskundige. ‘Ik kan niets voor je doen nu,’ zei ze. ‘Je hebt morgen al een afspraak staan. Het enige dat je kunt doen is afwachten.’ Als een hoopje heb ik die zondag op de bank gelegen.

‘We gaan meteen kijken,’ zei de verloskundige de volgende dag. Onderweg hadden Pim en ik elkaar moed ingepraat, maar tijdens de inwendige echo bleek dat het vruchtje niet gegroeid was. Het was een klein pitje. ‘Er is geen kloppend hartje,’ zei ze zachtjes. En ze checkte het nogmaals. Toen wist ik: het is voorbij. Het voelde alsof mijn wereld instortte. Alles waar we ons zo op hadden verheugd viel ik één klap weg. Het was niet makkelijk geweest om zwanger te worden. Na een jaar proberen bleek dat ik een cyste op één van mijn eierstokken had. Toen ik na de operatie eindelijk zwanger werd kwam een langgekoesterde droom uit.

‘Ik wil je wel informatie geven,’ zie de verloskundige. ‘Maar je neemt waarschijnlijk niets in je op.’ We zaten tegenover haar aan tafel. Ik voelde me verdoofd. Met een foldertje gingen we naar huis.

‘Laten we maar iets gaan doen,’ zei ik tegen Pim. ‘Ik wil liever niet op bed gaan liggen.’ Terwijl we op het strand liepen met onze hond merkte ik dat het op gang kwam. Het voelde als een menstruatie. ‘Kunnen we blijven of moeten we naar het ziekenhuis?’ vroeg Pim steeds. Maar ik wilde blijven. Doorlopen hielp tegen de kramp. Daarbij: ik ging het toch verliezen. Dat ik niet thuis was maakte me niet uit. Misschien was het zelfs wel beter. Werd ik er straks niet de hele tijd aan herinnerd. ‘Laten we maar een nachtje een hotel nemen,’ zei ik. ‘Morgen is het klaar. Dan kan ik verder thuis herstellen.’ Ik was maar op één ding gefocust: het moet eruit.

Ik heb niet gekeken. Wilde niet zien wat ik precies verloor. Dat wordt wel aangeraden, maar ik kon het niet. Toen het bloeden minder werd ben ik een uur onder de douche gaan zitten. Ik voelde naweeën in mijn rug en benen. Alhoewel het intens verdrietig en pijnlijk was overheerste de opluchting. Maar daarna begon het pas.

Prikkelbaar

De verloskundige had gezegd dat ik moest doen wat goed voelde. Ze had me niets aangeraden. Niets geadviseerd. Daardoor had ik juist het gevoel dat ik van alles moest. Dat ik slap zou zijn als ik niet naar mijn werk zou gaan. Ik ben docent aan een hogeschool en wist dat er niet meteen vervanging geregeld kon worden. De tentamens kwamen er aan. De studenten hadden me nodig. Terwijl ik zelf het liefst even helemaal niets wilde. Ik voelde me verdrietig. Leeg.

Ik had me zo verheugd op dit kindje. Moeder worden is iets dat ik van kleins af aan al wil. Tijdens mijn studie paste ik op, omdat ik zo van kinderen geniet. Ik had tijd nodig om dit te verwerken, maar vond ik dat ik het niet kon maken om me ziek te melden.

Bij controle in het ziekenhuis bleek echter dat mijn baarmoeder niet schoon was. Niet alles was er uit. ‘U kunt drie dingen doen,’ werd er gezegd. ‘Afwachten, medicatie of meteen een curettage’. Ik koos voor het tweede. En weer voelde ik die druk. ‘U kunt de medicatie gewoon inbrengen tijdens uw werk,’  zei de arts. ‘Dus ik moet op het toilet van mijn werk medicijnen vaginaal inbrengen die – terwijl ik voor een klas sta van 30 studenten – krampen gaan veroorzaken?’ vroeg ik ongelovig. ‘U kunt het ook op een vrije dag doen,’ antwoordde de gynaecoloog. ‘Dan kunt u gewoon blijven werken.’ Ik wist het niet. Was het niet beter om me ziek te melden? Maar dan liet ik de studenten in de steek.

Mijn vader zei: ‘Dat lijkt me een goed idee. Je wilt graag weer werken dus doe het maar zo.’ Diep in mijn hart zag ik het eigenlijk helemaal niet zitten, maar ik dacht: oké, dan doe ik het zo. Totdat een collega zei: ‘Ga dit eerst afronden. Dit moet je lichaam uit. Gewoon niet gaan werken, klaar.’ Zij bevestigde mijn gevoel en dat was zo fijn. Precies wat ik nodig had.

Nu gaat het vast beter, dacht ik toen mijn baarmoeder schoon was. Het was vlak voor de Herfstvakantie en ik stond weer voor de klas. Maar ik was moe en prikkelbaar. Bij alles voelde ik me persoonlijk aangevallen en ik had totaal geen humor meer. Ook voelde ik me eenzaam. Met mijn ouders en Pim kon ik goed over mijn verdriet praten, maar het leek wel of een miskraam voor de buitenwereld niet bestond. Als ik er informatie over wilde opzoeken op internet of in de bibliotheek dan was dat er maar heel summier. En dat terwijl je over zwangerschappen boekenkasten vol kunt lezen. En áls ik er iets over las dan waren dat verhalen van vrouwen die ‘uren op het toilet hadden gezeten’ en daarna ‘gewoon weer aan het werk waren gegaan’.

Ik ging twijfelen aan mezelf. Lag het aan mij dat ik me nog steeds niet goed voelde? Ook op mijn werk mocht ik er niet over praten. Vanuit de organisatie werd vanaf het begin af aan duidelijk gemaakt dat je dingen zoals zwangerschap en dergelijke niet deelt. ‘Wij zijn professionals,’ werd er gezegd. ‘Dat soort dingen zijn privé.’ Terwijl het voor mijn gevoel juist beter was om te delen. Ik stond nu voor een klas met studenten die merkten dat er iets met me was, maar niet begrepen wát. Dat zorgde voor onbegrip en wrijving.

Met goede vrienden kon ik er gelukkig wel over praten. Iemand zei: het is een soort rouwen wat jij doet. Je hebt je zo verheugd op iets en nu moet je van dat plaatje afscheid nemen. Ze sloeg de spijker op zijn kop. Behalve dat ik afscheid moest nemen van dit kindje van wie ik het hartje al had gehoord en met wie ik me zo verbonden had gevoeld, was er ook de onzekerheid over een eventueel nieuwe zwangerschap. Kan ik wel weer in verwachting raken? dacht ik vaak. Is er misschien iets mis met mijn lichaam? Hoe lang zal het duren? Het was vervelend om weer in die fase ervoor te zitten. De fase van onzekerheid. Van proberen en teleurstelling. Ik wilde het liefst weer zo snel mogelijk zwanger worden. Dan kan ik achter me laten, dacht ik.

Bevestiging van gevoel

Nu weet ik: het verwerkingsproces forceren helpt niet. Een tijdsbestek aan het verdriet hangen evenmin. Hoe harder ik tegen mezelf zei: nu gaat het beter, hoe meer dingen mislukten. Ik kon niet anders dan me er bij neerleggen dat ik me nog altijd moe en prikkelbaar voelde. Ik was niet mezelf. Maar daar moest ik blijkbaar doorheen.

Rond Kerst kwamen Pim en ik in een andere modus. We zeiden tegen elkaar: ‘We gaan proberen weer zwanger te worden, maar dat kan best nog een jaar duren. Gaan we ons leven daar dan door laten beïnvloeden? Of nemen we weer de regie in eigen hand?’ We besloten: als het klote gaat dan is dat zo. Het voelde als een soort berusting. En tegelijk bevrijding.

Ook op mijn werk ging het vanaf het tweede semester beter. Ik voelde: ik ben er weer. Ik had weer een goede klik met studenten en plezier in mijn werk. En toen kwam dat gesprek. ‘We gaan je contract helaas niet verlengen,’ zei mijn leidinggevende. “We hebben dit besloten op basis van je prestaties in het eerste semester.” Wat gebeurt hier nou? dacht ik. Ik begrijp er niets van, het gaat nu toch goed? Maar wat ik ook zei, het maakte niet uit. De beslissing was blijkbaar al gemaakt. Ik voelde me na het gesprek boos en verward. Had er voor mijn gevoel alles aan gedaan om na de miskraam weer zo snel mogelijk aan het werk te gaan en nu dit? Het duurde even, maar uiteindelijk berustte ik ook hierin. Zo gaan die dingen blijkbaar, zeiden Pim en ik tegen elkaar.

Inmiddels ben ik weer zwanger. En daar ben ik ongelooflijk blij mee. Alhoewel de eerste drie maanden heel spannend waren en het vertrouwen moest groeien gaat het nu heel goed. Ik heb mijn miskraam een plekje kunnen geven. Ik richt me nu op deze zwangerschap en deze uitgerekende datum waardoor de nare gevoelens hebben plaats gemaakt voor blijdschap. Wel had ik achteraf meer naar mijn gevoel moeten luisteren. Het advies: ‘doe waar je je goed bij voelt’ helpt niet als je net iets naars hebt meegemaakt en in de war bent. Dan heb je een handvat nodig. Bevestiging. ‘Natuurlijk moet je nu thuis blijven,’ is iets dat ik graag had gehoord van mijn verloskundige of gynaecoloog.

Ook zou het fijn zijn als het krijgen van een miskraam uit de taboesfeer komt. Toen ik er maanden later achter kwam dat een paar collega’s ook een miskraam hadden gehad vond ik het zó fijn dat ik er met hen over kon praten. Steun en begrip zijn cruciaal voor het verwerkingsproces. En waarom vertellen we eigenlijk pas na drie maanden aan de buitenwereld dat we zwanger zijn? Als het mis gaat dan is het toch ook fijn om dat te delen? Ja, een miskraam komt vaak voor. En ja, het is de natuur. Maar dat maakt het niet minder erg.”

1 op de 10 zwangerschappen eindigt in een miskraam. De aanleg van alle organen, weefsels, stelsels, hart en bloedvaten gebeurt in de eerste 12 weken van de zwangerschap. Wanneer bij de aanleg iets belangrijks mis gaat, zal dit vaak uitlopen op een miskraam. Na de 12 weken komt een miskraam minder vaak voor.

Bron: www.zwangerbuikkramp.nl

Dit artikel komt uit een eedere Fabulous Mama.

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op InstagramFacebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.

FM-5-2022-cover-hires

Shop losse edities

Bestel Fabulous Mama en krijg hem gratis thuisbezorgd!

ALLEEN VOOR NIEUWE ABONNEES​

Ontvang 6x Fabulous Mama op de deurmat én een persoonlijk cadeau naar keuze.