Lucinda Douglas (47), moeder van drie kinderen, groeide op in Zuid-Afrika tijdens de apartheid. Onderdrukking, geweld en seksueel misbruik kregen haar niet klein: “Mijn moeder zei altijd: ‘Lucinda, jij kunt alles worden wat je wilt.’ Of ze het zelf echt geloofde, weet ik niet. Maar zij plantte wel een zaadje.” 

“Een van de eerste herinneringen uit mijn jeugd gaat terug naar toen ik 5 jaar oud was. Ik ging met mijn moeder naar de huisarts en zag dat er twee ingangen waren in het gebouw. Stiekem loerde ik naar binnen bij de ingang die mijn moeder voorbijliep en ik zag een wachtkamer met mooie stoelen, keurig geverfde muren en planten in de hoeken. De ingang die wij namen, leidde naar een wachtkamer die stonk, met kapotte stoelen, scheuren in de vloer en bekladde muren. Later begreep ik dat de blanke mensen in de andere wachtkamer ook eerder werden geholpen dan wij. Toch stelde ik geen vragen. Toen nog niet. Het was gewoon een gegeven waarmee ik opgroeide: er zijn mensen
die een betere behandeling krijgen dan wij.

Tijdens het apartheidsregime waren er wijken voor blanke mensen.

Wijken voor zwarte mensen en wijken voor kleurlingen. Wij behoorden tot de laatste groep. Niet blank en niet zwart. Je vertonen in een wijk waar je niet thuishoorde, deed je niet. De hiërarchie was duidelijk. Als blank mens was je het beste af. Dan volgden wij, en dan de zwarte mensen. De blanke wijken lagen er prachtig bij, maar onze wijk werd slecht onderhouden. De huizen stonden in vervuild zand, met ringwormen die onder
de huid van je benen gingen zitten. En er zaten grote spinnen en slangen in het verwilderde groen; not my thing, I can tell you.

Ik was het zesde meisje in een gezin van zeven kinderen verteld Lucinda. Er was eten en we hadden een dak boven ons hoofd, maar we hadden het niet breed. Mijn moeder naaide onze jurken zelf. Of ik zo’n jurk nou leuk vond of niet, ik trok hem aan en droeg hem net zo lang totdat hij me niet meer paste. Het eerste gekochte artikel dat ik kreeg, was een spijkerrok, toen ik 8 jaar oud was. ‘Is die echt voor mij?’ Ik kon het niet geloven. Het was een van mijn geluksmomenten en ik heb hem gedragen tot mijn 12de.

Mijn vader was voorman bij een bedrijf dat houten kozijnen maakte. Een hogere functie kon je er als kleurling niet krijgen. Zijn hele leven heeft hij er gewerkt en zich voor 100% ingezet. Maar toen hij met pensioen ging, werd hem verteld: ‘Jouw opvolger is een blanke man, zonder ervaring. En hij krijgt het dubbele van jouw salaris.’ Mijn vader zweeg. Hij was te trots om er iets van te zeggen.

Totdat de apartheid in 1948 werd ingevoerd, was Zuid-Afrika een vrij land.

mijn vader woonde met mijn opa en oma in een mooi huis. Op een avond stond de politie voor de deur met een bevelschrift. ‘Jullie zijn hier niet meer welkom. Wegwezen.’ Wat ze konden dragen, mochten ze meenemen, de rest moesten ze achterlaten. Ze kregen een briefje mee met de locatie van een stuk grond – ergens in the middle of nowhere – waarop ze met andere verdreven buurtgenoten een nieuw bestaan konden opbouwen. Met zo goed als niets. Dat werd de kleurlingenwijk waarin ik opgroeide.

Mijn vader vertelde het verhaal altijd als een feitelijke gebeurtenis. Zonder emotie. Maar het moet enorme impact hebben gehad. Mensen voelden zich machteloos en vernederd en dat uitte zich in frustratie. Ook bij mijn vader. Wat was anders de reden dat hij ons dagelijks uitschold en mishandelde? Er ontstond een morele verloedering en ik groeide op in een cultuur van geweld, huisinbraken – we hadden vier honden ter bescherming –, drank- en drugsmisbruik, incest en verkrachtingen. De eerste keer dat iemand zich aan mij vergreep, was ik 6 jaar oud. Als beloning kreeg ik 1 cent. Om een ijsje mee te kopen. Ik had geen idee wat er gebeurde en dacht dat het erbij hoorde. Net zoals mijn zussen
en al die andere meisjes in mijn wijk die hetzelfde ontelbare keren meemaakten. Het was geen leven, maar overleven. Waarom greep niemand in?

Lucinda begrijpt dat nog altijd niet. Als je het zelf zo ellendig hebt, waarom moet je anderen dan pijn doen? Gelukkig zijn er ook mooie herinneringen. Zuid-Afrika is een schitterend land. Mooi weer, veel ruimte en een prachtig landschap. Op goede dagen ging ik op het strand zitten en dan genoot ik van mijn omgeving. Mijn moeder zei altijd: ‘Lucinda, jij kunt alles worden wat je wilt in het leven.’ Of ze het zelf echt geloofde, weet ik niet. Maar zij plantte wel een zaadje dat in mij groeide en mij bracht waar ik nu ben.

Uiteindelijk werd de onderdrukking en de ellende de mensen te veel.

Vanuit de universiteiten organiseerden zich politieke bewegingen die in opstand kwamen tegen het apartheidsregime. In 1986 – ik was 16 – ontstonden er rellen. Studenten gingen met duizenden de straat op en schreeuwden leuzen. In een poging het tumult neer te slaan, sloot de overheid de universiteiten en daardoor brak er nog meer onrust uit. Gevaar was overal en ik durfde de straat niet meer op. Gepantserde legervoertuigen
patrouilleerden in konvooi door onze straten. Van die grote, beigekleurige wagens, ik zie ze nog zo voor me.

Mijn buurjongen, die het waagde om het konvooi met stenen te bekogelen, werd zonder
waarschuwing doodgeschoten. Het was complete chaos. Omdat de scholen waren gesloten, ging ik stiekem naar school in de weekenden – leraren gaven ons in het geheim les. Op doordeweekse dagen deed ik aan zelfstudie. In het laatste jaar, waarin ik mijn studie wilde afronden, zei mijn professor: ‘Lucinda, als jij je diploma wilt halen, weet je wat je te doen staat.’ En daar was het weer, voor de zoveelste keer: machtsmisbruik en seks. Ik was het zó zat. Laat maar, dacht ik. Ik hoef dat diploma niet. Ik red me wel.

Mijn zus trouwde met een Fransman en vertrok naar Frankrijk.

Niet lang daarna besloot ik haar achterna te reizen. Via een buurmeisje van mijn zus
hoorde ik over een Nederlands gezin dat een au-pair zocht. En zo kwam ik in Utrecht terecht. Ik was 21. Mijn kennismaking met Nederland was er een van voortdurende verbazing. De vrijheid die ik had om gewoon op een fiets te stappen en overal naartoe te kunnen gaan. De luxe om op een terrasje te zitten, zonder aangevallen of beroofd te worden. Mannen die een serieus gesprek met mij voerden en mij vroegen naar mijn interesses, zonder dat ze daar iets voor terug wilden. Het was allemaal nieuw voor
me. Kinderbijslag! Ook zoiets. Gratis geld! Ik kon het niet bevatten.

In Zuid-Afrika bestond geen sociale zekerheid. Je moest voor jezelf zorgen. Deed je dat niet, dan belandde je op straat in een kartonnen doos. Al snel merkte ik dat mijn huidskleur in Nederland geen rol speelde en dat ik hier kon zijn wie ik wilde zijn. Een mooie conclusie.
Maar ik had nog wel wat geestelijke bagage uit mijn verleden van me af te schudden.

Tijdens het uitgaan ontmoette ik een Nederlandse man. We trouwden en ik was 24 toen Charmaine werd geboren. Maar liefdevol zorgen had ik nooit geleerd en toen ze 2 jaar oud was, wilde ik haar slaan. Dat was een netvliesmoment. Ik schrok van mezelf en dacht: die
kant wil ik niet op. Dan word ik net zoals de mensen die ik achterliet.

Ik sprak mezelf toe: ik ben hier in Nederland, ik krijg hier alle kansen om iets van mijn leven te maken. En dat ga ik doen! Als eerste stap besloot ik de taal te gaan leren. Met de Jip en Janneke-boekjes van Charmaine leerde ik de woorden en ik werd steeds leergieriger. Ik stelde me positief op en merkte dat als ik me niet klein maakte, mensen voorbij mijn achtergrond keken. Dan zagen ze mij.

Mijn zoon Shawn werd geboren, maar mijn huwelijk hield geen stand en een scheiding volgde. Omdat ik hard had gewerkt aan mijn ontwikkeling, had ik inmiddels een goede baan als accountmanager en kon ik de zorg voor Charmaine en Shawn delen met buitenlandse au-pairs. Mijn werk gaf mij zelfvertrouwen. Op mijn 30ste zat ik in de
zon in mijn achtertuin met een glas champagne en dacht: wow!

Het idee om anderen te gaan helpen, ontstond op mijn werk.

Toen ik dreigde gepasseerd te worden voor een functie waarvoor ik heel geschikt was en besloot ervoor te vechten. Ik stapte naar mijn leidinggevende en zei: ‘Dit is mijn baan. Ik ben steengoed in wat ik doe en ik kan dit!’ Hij keek mij bewonderend aan en zei: ‘Gefeliciteerd, Lucinda met je nieuwe baan.’ Zo werkt het dus, dacht ik.

Dat nieuwe inzicht wilde ik ook overbrengen op collega’s. Een magazijnmedewerker die zich altijd in elkaar gedoken opstelde, leerde ik stapje voor stapje hoe hij zich kon laten zien. Na een paar jaar was hij hoofd magazijn. Daarna dacht ik: Lucinda begin gewoon voor jezelf.

Op mijn 39ste had ik mijn eigen coachingpraktijk en werd ik internationaal empowerment-spreekster. Sindsdien coach ik vrouwen over hoe je de top van je kunnen kunt bereiken en onlangs kwam mijn boek Yes you can woman! uit. Met mijn boek hoop ik zo veel mogelijk vrouwen te inspireren om een succes van hun leven te maken. Charmaine is nu 24, Shawn 19 en uit het huwelijk met mijn tweede en huidige man Richard werd Sky geboren. Zij is nu 11. Alle drie heb ik ze dezelfde inzichten meegegeven. Jouw gedrag bepaalt hoe anderen naar je kijken. Nooit opkijken naar een ander. Dop je eigen boontjes. Wees waardig. Alle drie zijn ze zelfredzaam en durven ze hun eigen beslissingen te nemen.

Charmaine heeft haar opleiding afgerond en is naar Amerika gegaan om daar te werken. Shawn is nog zoekende naar wat hij wil. En Sky wil kapster worden. Geweldig! Be who you want to be. Charmaine zei laatst tegen mij: ‘Ik lijk op jou, jij hebt mij zo veel meegegeven.’ Dat is het mooiste compliment dat ik me kan bedenken.

De negatieve gebeurtenissen uit mijn leven heb ik kunnen ombuigen naar iets positiefs, verteld Lucinda. Ik geloof tot in mijn tenen dat je kunt veranderen als je dat wilt. Maar je moet wel willen.
Bereid zijn om te knokken. Laten zien wat je te bieden hebt. Ik ben daar het bewijs van. Ik heb een heleboel ellende meegemaakt, maar ik ben niet rancuneus. Shit happens, maar de vraag is: hoe ga je ermee om?”

Tekst Marije Veerman | Beeld Mariel Kolmschot

Dit artikel komt uit een eerdere editie van Fabulous Mama.

Wil jij geen enkele editie missen? Abonneer je dan nu op Fabulous Mama magazine!

Wil je op de hoogte blijven van de leukste artikelen en toffe winacties? Volg Fabulous Mama magazine op Instagram, Facebook en meld je aan voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief.